Noordje en de Kazerne.

Het verhaal van Kazerne Z

Noordjes opa Zed was een groot verhalenverteller en kunstverzamelaar. Zijn huis stond vol met boeken en kunstwerken. Opa Zed had zo’n grote verzameling dat hij van de directeur van de plaatselijke brandweerpost waar hij werkte de zolder mocht gebruiken om zijn verzameling kunst en boeken op te slaan. Daar was toch ruimte genoeg en niemand kwam daar ooit. Er was maar een sleutel van het hangslot, dus opa moest deze goed bewaren. De brandweermannen lachten Zed altijd uit over zijn verzameling. “Daar komt de meneer de museumdirecteur!” riepen ze dan. “Heb je nog een Picasso in de aanbieding?!”.

Noordje was kind aan huis in de Kazerne. De brandweermannen waren gek op het stoere meisje uit Noord dat zo sterk was dat ze haar grote groene bus met 1 vinger in de lucht kon tillen. Als Noordje langskwam bij haar opa in de Kazerne, dan stond de limonade klaar en ging ze op een kussen op de grond zitten om te luisteren naar de avonturen van de brandweermannen. Niet alleen trokken de mannen er op uit om een brand te blussen, maar haalden ze ook tijgers die hoog in de boom zaten naar beneden. Noordje vond de mannen echte superhelden! Daarna mocht ze van opa een schilderij of een boek uitkiezen op zolder. Beneden in de kazerne ging opa dan zitten in zijn stoel en vertelde de ene keer een verhaal bij een schilderij, de andere keer las hij voor uit een boek. Hoewel ze een grote mond hadden, zaten de stoere brandweermannen vol spanning toch stiekem te luisteren naar de verhalen van opa Zed. Noordje zat helemaal vooraan en vond het prachtig. Ze moest altijd lachen om de verschillende stemmetjes die opa opzette tijdens het vertellen.

Toen de brandweerkazerne werd gesloten en Opa Zed wat vergeetachtig was geworden, dacht niemand meer aan de verzameling op zolder die tot nu toe veilig achter slot en grendel stond. Behalve Noordje, die toen het pand al lang stil en verlaten was, op een avond de sleutel van opa Zed uit het kistje op de schoorsteenmantel pakte en naar de Kazerne ging.

Toen ze binnenkwam stonden de tafels van de Kazerne nog precies zoals vroeger, en opa’s stoel stond in de hoek. Ze opende het slot naar de zolder, het slot hing nog net zoals het door haar opa was achtergelaten. Ze maakte het vastgeroeste slot open en ging de trap op. Met haar zaklamp scheen ze de ruimte in die ze altijd de geheime kunstschatkamer had genoemd. Met de zaklamp in haar handen scheen ze de zolder rond. Maar toen kwam ze tot een verschrikkelijke ontdekking: de zolder was helemaal leeg!

Noordje was er helemaal van geschrokken. Er was geen spoor meer te bekennen van de verzameling van haar opa. Maar toen ze goed rondkeek, zag ze daar iets in de hoek liggen. Ze pakte het op en blies het stof eraf. Het was een boek met een bijzondere titel dat ze nog niet eerder had gezien. Vol spanning klom ze met het boek onder haar arm de trap af. Ze schreef een brief naar de kinderen in de buurt en nodigde ze uit voor een geheime bijeenkomst een paar dagen later in de Kazerne. 

Tijdens de bijeenkomst vertelde Noordje over de bijzondere verzameling van haar opa en de verdwijning ervan. De kinderen luisterden vol verwondering naar het verhaal over de kunstwerken en de verloren verhalen.  Noordje vertelde dat ze de kinderen bijeen had geroepen omdat ze een plannetje had bedacht. “We gaan het mysterie van de verloren verzameling oplossen en ondertussen zorgen we ervoor dat de Kazerne Z weer helemaal vol komt te staan met kunstwerken en boeken! Ik denk dat mijn opa dat geweldig zal vinden.” De kinderen vonden het een goed plan. “We gaan je helpen!” Riepen ze.

Op Noordjes gezicht verscheen een brede glimlach. En voordat de kinderen met deze geheime opdracht naar huis gingen, las ze een stuk voor uit het enige boek dat nog op zolder was achtergebleven……

Meer Verhalen